Weer naar school

Ik vind de nieuwsberichten over het heropenen van de scholen erg eenzijdig. Leraren, kinderen en ouders: iedereen is blij.

De risico’s worden gebagatelliseerd, zijn niet wetenschappelijk onderbouwd en de voorwaarden voor het heropenen van de scholen werden steeds soepeler.

Steeds worden de ongelijke omstandigheden van de kinderen genoemd. Onderbelicht blijft dat er tussen de scholen onderling ook grote verschillen zitten in bijvoorbeeld de hoeveelheid werk. Verder hebben veel scholen het werk aan de kinderen aangepast. Door kinderen op papier te laten werken of een tablet aan ze uit te lenen. Of door kwetsbare kinderen wel naar school te laten komen. Het hebben van een eigen kamer of eigen tablet lijkt me geen voorwaarde voor goed thuisonderwijs. Onze kinderen hebben dit ook niet, leren gaat prima aan de keukentafel en de tablet wordt gedeeld.

Tenslotte zijn er ook ouders en kinderen, waaronder wij, die deze schoolloze periode wel fijn vinden. Dit komt (bewust!) niet in beeld.

Internet

Wij leven in een gecompliceerde wereld. Per dag komt er zoveel informatie op ons af als een mens in de oertijd niet in zijn hele leven te verwerken kreeg.

Hoe reguleer je de hoeveelheid informatie die je binnenkrijgt en hoe leer je je kinderen ermee omgaan?

Check maar één keer per dag de mail, social media en het ‘nieuws’. Of volg het nieuws helemaal niet. Onze elfjarige wil bijvoorbeeld niet naar het Jeugdjournaal kijken, omdat de onderwerpen vaak zwaar zijn en hij er niks aan kan veranderen. Daar wordt hij verdrietig van.

Ben selectief in het aansluiten bij de verschillende social media netwerken, kies er één of doe er helemaal niet aan mee. Aan de andere kant moet je niet ‘onder een steen’ gaan liggen. Hou dus een beetje in de gaten wat er allemaal is, zodat je bijvoorbeeld je puber kan blijven volgen.

Vorm je mening over zaken die jij belangrijk vindt door er over na te denken, te lezen en verschillende betrouwbare bronnen (ook alternatieve) te raadplegen. Leer je kinderen waar ze die informatie kunnen vinden en dat er ook nepnieuws en -informatie is. Leer ze hoe ze het onderscheid kunnen maken.

Bespreek belangrijke onderwerpen in je gezin en laat ieder zijn of haar (onderbouwde) mening vormen. Iedereen mag zijn eigen mening hebben, je kraakt de ander niet af, je kwetst niemand. Je gezin is de veilige oefenplek. Zo leer je kinderen kritisch en onafhankelijk denken.

Leer ze hun grenzen aangeven zowel ‘in het echt’ als online.

Maak ze bewust van de invloed van reclame, mode en rages.

Hoop dat de school ook aandacht besteedt aan mediawijsheid. Helaas doen nog niet alle scholen dit, terwijl ik denk dat dit één van de belangrijkste vaardigheden van nu is.

En het belangrijkste: geef zelf het goede voorbeeld.

Schoolpauze

Is de pauze van school goed voor de kinderen?

Ik zie dat onze kinderen:

Moeilijke trucs oefenen op de trampoline, in bomen klimmen, leren skateboarden, voorlezen aan hun jongere broertje, geen buikpijn meer hebben, in het water vallen, de laptop uit elkaar halen en weer in elkaar zetten, met de rolmaat van alles opmeten, ontdekken hoe je kunt videobellen, tekenen met stoepkrijt, interesse hebben in de ontluikende natuur, zwerfvuil opruimen, de buurt verkennen en nieuwe vriendjes vinden, zich afvragen wat die zeemeeuw hier in Brabant doet, Lego bouwwerken maken, de hond knuffelen, steentjes en stokken mee naar huis slepen, hutten bouwen, Minecraft herontdekken, hun grenzen aangeven, planten en bomen herkennen, jonge eendjes tellen, geen hoofdpijn meer hebben, probleempjes oplossen, op blote voeten lopen, zelf hun haren knippen, voor pony’s zorgen, spelen in de natuur, ruzietjes beslechten, letten op de kleintjes, de hele dag buiten spelen, weer bij zichzelf komen, gelukkig zijn.

En ik zie dat wij:

Slapen tot we uitgerust zijn, niet meer met de klok leven, uitgebreid lunchen, thuis zijn. Geen gehaast, iedereen ontspannen en zichzelf. Dat moet toch eigenlijk altijd zo zijn?

Dit zie ik in ons gezin en bij onze kinderen. Onze kinderen die niet zo goed in het schoolsysteem passen en die na schooltijd en in de vakanties gewend zijn om bovenstaande dingen te doen. Buiten, in de natuur, met uitdagend speelgoed, weinig schermen en veel beweging. Die zichzelf mogen zijn, gezien, gehoord, voorgelezen en geknuffeld worden en de dingen doen vanuit hun eigen intrinsieke motivatie.

Maar bij ons is echt ook niet alles ‘koek en ei’:

Zoals onzeker werk van man en daardoor misschien binnenkort minder inkomsten, weerstand van de kinderen tegen het schoolwerk, gemis van vriendjes en sportclub en een puber die de structuur kwijt is.

Tenslotte ben ik me ervan bewust dat er gezinnen zijn waarvoor de schoolpauze niet fijn is. Waar problemen nu juist versterkt worden. Voor de kinderen uit deze gezinnen zou het fijn zijn als zij als eersten weer naar school kunnen.

Dilemma’s

Zomaar wat overdenkingen:

Door de corona maatregelen blijft het virus redelijk onder controle. Ik mis een Europese aanpak. Nu lijkt het alsof elk land of zelfs stukje land maar wat doet. Wat waarschijnlijk ook zo is.

Verder vind ik het eng in wat voor hoog tempo onze vrijheid beperkt kan worden. Wordt vrijheid dan geen wankel begrip?

Aan de andere kant denk ik juist dat de maatregelen te snel weer versoepeld gaan worden. Dit waarschijnlijk door de economische druk. Ik denk dat de lockdowns in een soort paniek besloten zijn, zonder na te denken over de duur en de gevolgen. Het lijkt langdurig te worden. Het virus is nu niet weg, als de maatregelen opgeheven worden, zal het weer toeslaan lijkt mij.

En mogen onze kinderen alsjeblieft nog thuis blijven. Want wat voor impact heeft het op hen als ze voor de poort moeten worden afgezet, voor leraren met mondkapjes, met stress over de anderhalve meter afstand, zonder mogelijkheden voor spontane sociale interacties en met kapotte handen door het wassen elk uur?

Dan is er nog de Amerikaanse president die steeds verder de weg kwijt raakt…

Failliet

Er zijn sinds de coronacrisis meer faillissementen. Logisch, maar het valt op dat de betreffende bedrijven al na een paar weken met tegenvallende omzet failliet gaan. Dat betekent dat het met deze bedrijven waarschijnlijk al langere tijd niet goed ging en de coronacrisis het laatste zetje was.

Is er meer aan de hand dan alleen de coronacrisis?

Misschien zijn deze bedrijven niet meer nodig? Hebben ze zich niet voldoende aangepast? Of maken of leveren ze spullen of diensten die niet zo noodzakelijk blijken te zijn?

Is het dan erg dat deze bedrijven omvallen?

Ik denk van niet. Omdat dit kansen zijn om te veranderen, een omslag te maken.

Van een steeds meer-meer-meer economie naar een circulaire, van wegwerp naar kwaliteit met reparatie mogelijkheden, van plastic naar afbreekbaar, van olie naar water en zon, van bezit naar delen, van kunstmatig naar natuurlijk, van ver weg naar dichtbij, van korte naar lange termijn, van individueel naar samen.

En ook: fijn, zinvol werk, waar je zelf verantwoordelijk bent, beslissingen op sociocratische basis genomen worden, waar je zo mogelijk thuis werkt, gebruik makend van de huidige communicatiemiddelen, met minder reistijd en minder stress.

En hierna?

Laat de coronacrisis zien in wat voor luchtbel we leven? En zal het onze wereld veranderen?

Vaste gegevens, zoals school, opvang, werk hebben, aanwezig zijn van voldoende medicijnen en zorg, op bezoek gaan en reizen. Het is ineens allemaal anders. Onze wereld die zo maakbaar en controleerbaar leek, is aan het instorten. De fundamenten blijken niet goed.

De sportwereld, vliegen en reizen, het is niet meer belangrijk. Sterker nog: door de globalisering kon het virus zich razendsnel verspreiden.

Met veel bedrijven (uit de ‘oude’ economie) gaat het niet goed. Ze hebben weinig reserves en komen in de problemen. Verder zien we hoeveel vervuiling ze veroorzaken nu er minder geproduceerd, verplaatst en gevlogen wordt.

Aan de andere kant blijkt dat te weinig aandacht is gegaan naar bijvoorbeeld de zorg, medische apparatuur, beschermingsmiddelen en medicijnen en dat we niet zijn voorbereid op een ramp.

Doordat veel op één plek (lees China) wordt geproduceerd, ontstaan tekorten als die fabrieken stilvallen. De innovatieve, flexibele en creatieve bedrijven (‘nieuwe’ economie) die bijvoorbeeld hun productie of dienstverlening kunnen omzetten, thuiswerkers faciliteren en scholen ondersteunen komen juist tot bloei.

Ik hoop dat er een collectief besef onstaat dat er grote veranderingen nodig zijn in onze leefwijze. Onze ongezonde verhouding met de aarde (weggooimaatschappij, vervuiling, slechte huisvesting en hygiëne op veel plaatsen, overbevolking) gaat hopelijk terug naar de natuurlijke samenwerking die er ooit was. Het huidige systeem voldoet hier niet aan.

Vroeger (deel 2)

Hoe deed mijn oma het huishouden in de jaren dertig? Hoe leefde mijn vaders gezin zonder plastic, elektrische apparaten en een bad. Hoeveel afval hadden ze?

Het staat buiten kijf dat de hygiëne en woonomstandigheden nu beter zijn dan negentig jaar geleden. Ook de was doen, is tegenwoordig een stuk makkelijker (wasmachine), net zoals het bewaren van eten (koelkast). Het huishouden was veel en zwaar werk. Verder werd er in die tijd gestookt en gekookt op hout en kolen, veel slechter voor het milieu en de gezondheid dan het gebruik van groene stroom (en groen gas).

Maar: bij de melkboer, kruidenier en bakker kon je elke gewenste hoeveelheid laten afwegen. Melk werd in je eigen kan gegoten, meel zat in papieren zakken. Bij de kruidenier zat veel in glazen potten. In het dorp van mijn vader hadden mensen hun eigen groentetuin en kippen. Ook bij de boeren kochten ze groente, fruit en eieren. Dit was onverpakt, je nam zelf kan, mandje en tas mee. (Nu: de verpakkingsloze winkel, lokaal geproduceerd eten kopen en zero waste stroming.)

Maar: tot voor kort kende iedereen de technieken om eten langer houdbaar te maken. In de herfst werd jam gemaakt en groente ingemaakt of gefermenteerd (bijvoorbeeld zuurkool) in glazen potten en in de kelder bewaard. In sommige gezinnen werd één keer per jaar een varken gekocht. Dit lieten ze slachten en alles van het beest werd gebruikt: vlees, organen, botten, vet. Ook werd vlees gepekeld en bewaard voor de winter. (Nu wordt dit opnieuw ‘ontdekt’.)

Maar: met een paar basisingrediënten maakte de generatie van mijn oma alles zelf. (Nu: koken met een paar ingrediënten, zelf brood bakken.)

Maar: schoonmaken werd gedaan met bezem, soda, azijn en groene zeep. Je waste je met een blok zeep en mijn opa deed zijn hele volwassen leven met hetzelfde scheermes. (Nu: trend naar natuurlijker schoonmaken en persoonlijke verzorging zonder milieu- en gezondheidsimpact.)

Maar: kleding en linnengoed werd versteld, doorgegeven aan broertjes of zusjes of vermaakt. Knopen werden terug aangenaaid. De stoffen waren van natuurlijke materialen als wol, katoen en linnen. (Nu: minimalistische, degelijke, tijdloze kleding garderobe bestaande uit natuurlijke (gots) gecertificeerde materialen. En kinderkleding doorgeef netwerken).

Maar: de huizen waren eenvoudig, degelijk en functioneel ingericht. Er werd niets vervangen als het nog functioneerde, gerepareerd of hergebruikt kon worden. (Nu: minimalisme stroming.)

Maar: groenafval werd meegegeven aan de schillenboer voor de dieren. Flessen werden opnieuw gevuld. (Nu: recycle, statiegeldflessen.)

Maar: kinderen gingen te voet naar school, boodschappen werden per paardenkar of bakfiets thuisbezorgd of te voet gehaald. Het werk was in de buurt en te voet of per fiets bereikbaar. Op vakantie ging niemand. Misschien een dagje naar zee of met de trein naar familie. Kinderen waren de hele zomervakantie thuis en speelden buiten. In hun vertrouwde omgeving met voldoende sociale controle. (Nu: CO2 uitstoot verminderen door minder auto te rijden en te vliegen, kamperen bij de boer, elektrische fiets voor woon-werk verkeer, fietskoeriers.)

Maar: de generatie van mijn oma en vele generaties daarvoor verspilden niets. Ook nu kunnen we beter niet verspillen: bijvoorbeeld vanwege de vervuiling van onze planeet en de oneerlijke verdeling van het voedsel waardoor veel mensen in armoede leven en honger lijden. (Nu: stop de verspilling-beweging.)

Eigenlijk niets nieuws onder de zon dus. Met een paar kleine aanpassingen ‘terug in de tijd’ kun je een groot verschil maken wat betreft de vervuiling en uitputting van de aarde. Fijn dat er steeds meer mensen mee bezig zijn. 😄

Vroeger (deel 1)

Bijna 85 jaar geleden is mijn vader geboren. Zijn Noordhollandse jeugd speelde zich af in de crisistijd en de tweede wereldoorlog. Pas een paar jaar daarvoor was uitgevonden hoe je plastic kon maken uit aardolie. Antibiotica en massale inentingen waren er niet. Slechts een paar auto’s reden rond in het dorp.

Tot de oorlog begon was het gezin van mijn vader welvarend, zij hadden één van die weinige auto’s. Mijn opa en zijn broer hadden een stratenmakersbedrijf en vielen met hun neus in de boter in die tijd. Met de opkomst van de auto was er veel werk.

Mijn opa was echter een man met principes: hij weigerde opdrachten voor de bezetters te doen. Daardoor werd de financiële situatie van het gezin naarmate de oorlog vorderde zeer slecht. Het grote huis werd ingeruild voor een kleintje. Al het gereedschap, de auto en de fotocamera werden verkocht. Het gezin heeft honger en kou geleden. In 1947 had mijn vader nog hongeroedeem.

Mijn vader had geen eigen kamer, fiets, een kast vol kleren en amper speelgoed. Televisie of andersoortige schermen bestonden nog niet.

Toch heeft mijn vader (vindt hij zelf) een geweldige jeugd gehad. Regelmatig was er geen school, in het schoolgebouw zaten Duitsers en het plaatselijke café was niet altijd beschikbaar. Dus met een groep jongens op avontuur: slootje springen, schaatsen in de ondergelopen polder, achter prikkeldraad blijven hangen en appels stelen bij de boer. Spelen met elkaar en met niks. Later ook naar het bos van Heiloo om brandhout te zoeken en te schooien om eten bij de Duitsers. En verder geen traumatische oorlogservaringen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kinderen hier in de Langstraat die angstige momenten beleefden in de schuilkelders vanwege de V1’s.

In de herinneringen van mijn vader aan zijn jeugd speelt de oorlog slechts een marginale rol. De vrijheid, het buiten spelen met de jongens en de avonturen die ze beleefden staat voorop.

Door te spelen oefen je, in een veilige omgeving, alle vaardigheden die je later nodig hebt. Je leert samenwerken, problemen oplossen, beslissingen nemen, risico’s inschatten, een mening vormen en rekening houden met anderen. Met volwassenen passief beschikbaar op de achtergrond.

Spelen is van alle tijden, maar de laatste decennia hebben kinderen deze belangrijke oefenomgeving vaak niet. Wat betekent dit voor de sociale en lichamelijke gezondheid van onze kinderen en later volwassenen?

Duurzaamheid een keuze?

Wij worden aangespoord afval te scheiden, minder te vliegen, het openbaar vervoer te gebruiken, geen vervuilende auto’s te rijden, minder vlees te eten, minder energie te gebruiken, geen plastic tasjes te gebruiken en ons huis energie neutraal te maken. Prima natuurlijk, maar ik denk dat deze maatregelen slechts druppels op een gloeiende plaat zijn. Wat heeft het voor zin om plastic tasjes en rietjes te verbieden en het overige wegwerp plastic niet?

Het gros van de mensen is helemaal niet bezig met klimaatverandering, CO2 of stikstofuitstoot en duurzaamheid. Ze ervaren de maatregelen van de overheid als beperkend, omslachtig en duur. En dat zal zo blijven zolang er een keuze is.

De maatregelen van de overheid zijn bovendien vooral bedoeld voor burgers. Bedrijven mogen het economische belang nog voor laten gaan. Dat is jammer, want nu is duurzaamheid een keuze, terwijl het een plicht (aan onze aarde) zou moeten zijn.

Bedrijven moeten gemotiveerd worden om duurzame oplossingen te zoeken. Bijvoorbeeld voor het vervangen van wegwerp plastic in supermarkten, fastfoodketens, speelgoedwinkels etc. door afbreekbare of herbruikbare varianten. Ook zolang duurzaam (fiets, zeilboot, elektrisch aangedreven voertuigen) vervoer duurder en omslachtiger blijft dan traditioneel vervoer zal dat niet veranderen. Duurzaamheid wordt nu door bedrijven vaak ingezet als marketinginstrument, natuurlijk om meer te verkopen en een hogere prijs te rechtvaardigen.

Ik denk dat de overheid naast het bewust maken van burgers ook boven in de keten, bij de producenten en bedrijven duurzaamheidseisen moet stellen. Bijvoorbeeld dat bedrijven en overheid ervoor zorgen dat producten verpakt worden in afbreekbaar verpakkingsmateriaal, nieuwe auto’s niet op fossiele brandstof rijden, spullen lang meekunnen en bijvoorbeeld batterijen vervangen kunnen worden, producten met veel reiskilometers meer belast worden dan lokale producten, vervoer van producten per fiets, elektrische auto, zeilboot of trein gestimuleerd wordt en dat geld uitgetrokken wordt om het bedrijfsleven onderzoek te laten doen naar nog meer duurzamere mogelijkheden.

Dit gebeurt al wel, bijvoorbeeld bij één van de tien meest CO2 uitstotende bedrijven van Nederland. Deze tien bedrijven zijn samen verantwoordelijk voor vijftig procent van de totale CO2 uitstoot. Uiteindelijk zal van bovenstaand bedrijf de uitstoot nul zijn en worden andere bedrijven overbodig. De alternatieven zijn dus soms al aanwezig. Jammer dat jaren duurt voor ze werkelijkheid worden. Het is te vrijblijvend.

Het is vreemd dat duurzame opstarters (cacao vervoeren per zeilboot, supermarkt met glazen potten, bezorging per bakfiets) moeten crowdfunden om hun plannen te verwezenlijken. Het zou fijn zijn als duurzame initiatieven meer (financieel) gesteund zouden worden.

Dan zou er een omslag komen: van een steeds meer-meer-meer economie naar een circulaire, van wegwerp naar kwaliteit met reparatie mogelijkheden, van plastic naar afbreekbaar, van olie naar water en zon, van bezit naar delen, van kunstmatig naar natuurlijk, van ver weg naar dichtbij, van korte naar lange termijn, van individueel naar samen.

Doen jullie mee? Samen kunnen we zorgen voor een omslag.

(Zoals wij: bio groente en fruit van een lokale boer, melk in statiegeldflessen, meel van de molen, weinig, maar degelijke en herbruikbare spullen en kleding, reizen per fiets of openbaar vervoer, dichtbij op vakantie, zelf maken (brood, afwasmiddel, deodorant), tweedehands, handmatig (scheren, koffie zetten, was drogen, afwassen), kleine nul-op-de-meter woning, wassen (blok zeep), schoonmaken (bezem, groene zeep, azijn), zonne-energie en groene stroom, geen auto. En zo kan iedereen en elk bedrijf duurzamere keuzes maken.)





Onder’wijs’

Gisteren een prachtig voorbeeld van hoe mensen leren. Onze zoon (15) haalde zijn computer uit elkaar en bouwde hem over in een andere kast. ‘Het is eigenlijk heel simpel’, zei hij en hij legde het uit aan mij, inclusief technische termen als moederboard en hardware. Dit was het resultaat van het maandenlang bekijken van YouTube filmpjes over dit onderwerp.

Daarna keek hij een Engelstalig filmpje over het overzetten van Windows en bracht het gelijk in praktijk.

Hij was geconcentreerd, niet te stoppen (het was eigenlijk bedtijd) en deed het vanuit zijn eigen interesse en motivatie.

En zo ging het ook met het leren van Engels (vloeiend spreken, schrijven en lezen intussen, ver boven zijn VMBO schoolniveau) en met het oefenen van ingewikkelde sprongen op de trampoline (en alle Engelstalige termen die daarbij horen). Ook de klok heeft hij zichzelf geleerd, toen hij het nodig vond. Op school kregen ze het niet voor elkaar…

Zou dit de ‘natuurlijke’ manier van leren zijn? Dus: iets willen kunnen, afkijken van anderen, zelf proberen, analyseren van het resultaat en dan opnieuw proberen of de grens verleggen. Nieuwe vaardigheden worden gedeeld met vrienden. Eerst in een veilige omgeving waar fouten niet ‘fataal’ zijn en later in het echt?

Ik denk van wel!

Maar op school moet je leren wat je niet wil weten, mag je niet overleggen, zegt de leraar hoe je iets moet doen en in welk tempo, bepaalt de leraar de grens van wat je mag weten en wordt er serieus getoetst. Geen ‘Spielerei’ mogelijk.

Het schoolsysteem druist in tegen de natuurlijke manier van leren. Daardoor ontstaat weerstand. Daar heeft iedereen last van: leerlingen, ouders en leraren.

Waarom gaan we dan nog zo door?