Duurzaamheid een keuze?

Wij worden aangespoord afval te scheiden, minder te vliegen, het openbaar vervoer te gebruiken, geen vervuilende auto’s te rijden, minder vlees te eten, minder energie te gebruiken, geen plastic tasjes te gebruiken en ons huis energie neutraal te maken. Prima natuurlijk, maar ik denk dat deze maatregelen slechts druppels op een gloeiende plaat zijn. Wat heeft het voor zin om plastic tasjes en rietjes te verbieden en het overige wegwerp plastic niet?

Het gros van de mensen is helemaal niet bezig met klimaatverandering, CO2 of stikstofuitstoot en duurzaamheid. Ze ervaren de maatregelen van de overheid als beperkend, omslachtig en duur. En dat zal zo blijven zolang er een keuze is.

De maatregelen van de overheid zijn bovendien vooral bedoeld voor burgers. Bedrijven mogen het economische belang nog voor laten gaan. Dat is jammer, want nu is duurzaamheid een keuze, terwijl het een plicht (aan onze aarde) zou moeten zijn.

Bedrijven moeten gemotiveerd worden om duurzame oplossingen te zoeken. Bijvoorbeeld voor het vervangen van wegwerp plastic in supermarkten, fastfoodketens, speelgoedwinkels etc. door afbreekbare of herbruikbare varianten. Ook zolang duurzaam (fiets, zeilboot, elektrisch aangedreven voertuigen) vervoer duurder en omslachtiger blijft dan traditioneel vervoer zal dat niet veranderen. Duurzaamheid wordt nu door bedrijven vaak ingezet als marketinginstrument, natuurlijk om meer te verkopen en een hogere prijs te rechtvaardigen.

Ik denk dat de overheid naast het bewust maken van burgers ook boven in de keten, bij de producenten en bedrijven duurzaamheidseisen moet stellen. Bijvoorbeeld dat bedrijven en overheid ervoor zorgen dat producten verpakt worden in afbreekbaar verpakkingsmateriaal, nieuwe auto’s niet op fossiele brandstof rijden, spullen lang meekunnen en bijvoorbeeld batterijen vervangen kunnen worden, producten met veel reiskilometers meer belast worden dan lokale producten, vervoer van producten per fiets, elektrische auto, zeilboot of trein gestimuleerd wordt en dat geld uitgetrokken wordt om het bedrijfsleven onderzoek te laten doen naar nog meer duurzamere mogelijkheden.

Dit gebeurt al wel, bijvoorbeeld bij één van de tien meest CO2 uitstotende bedrijven van Nederland. Deze tien bedrijven zijn samen verantwoordelijk voor vijftig procent van de totale CO2 uitstoot. Uiteindelijk zal van bovenstaand bedrijf de uitstoot nul zijn en worden andere bedrijven overbodig. De alternatieven zijn dus soms al aanwezig. Jammer dat jaren duurt voor ze werkelijkheid worden. Het is te vrijblijvend.

Het is vreemd dat duurzame opstarters (cacao vervoeren per zeilboot, supermarkt met glazen potten, bezorging per bakfiets) moeten crowdfunden om hun plannen te verwezenlijken. Het zou fijn zijn als duurzame initiatieven meer (financieel) gesteund zouden worden.

Dan zou er een omslag komen: van een steeds meer-meer-meer economie naar een circulaire, van wegwerp naar kwaliteit met reparatie mogelijkheden, van plastic naar afbreekbaar, van olie naar water en zon, van bezit naar delen, van kunstmatig naar natuurlijk, van ver weg naar dichtbij, van korte naar lange termijn, van individueel naar samen.

Doen jullie mee? Samen kunnen we zorgen voor een omslag.

(Zoals wij: bio groente en fruit van een lokale boer, melk in statiegeldflessen, meel van de molen, weinig, maar degelijke en herbruikbare spullen en kleding, reizen per fiets of openbaar vervoer, dichtbij op vakantie, zelf maken (brood, afwasmiddel, deodorant), tweedehands, handmatig (scheren, koffie zetten, was drogen, afwassen), kleine nul-op-de-meter woning, wassen (blok zeep), schoonmaken (bezem, groene zeep, azijn), zonne-energie en groene stroom, geen auto. En zo kan iedereen en elk bedrijf duurzamere keuzes maken.)





Onder’wijs’

Gisteren een prachtig voorbeeld van hoe mensen leren. Onze zoon (15) haalde zijn computer uit elkaar en bouwde hem over in een andere kast. ‘Het is eigenlijk heel simpel’, zei hij en hij legde het uit aan mij, inclusief technische termen als moederboard en hardware. Dit was het resultaat van het maandenlang bekijken van YouTube filmpjes over dit onderwerp.

Daarna keek hij een Engelstalig filmpje over het overzetten van Windows en bracht het gelijk in praktijk.

Hij was geconcentreerd, niet te stoppen (het was eigenlijk bedtijd) en deed het vanuit zijn eigen interesse en motivatie.

En zo ging het ook met het leren van Engels (vloeiend spreken, schrijven en lezen intussen, ver boven zijn VMBO schoolniveau) en met het oefenen van ingewikkelde sprongen op de trampoline (en alle Engelstalige termen die daarbij horen). Ook de klok heeft hij zichzelf geleerd, toen hij het nodig vond. Op school kregen ze het niet voor elkaar…

Zou dit de ‘natuurlijke’ manier van leren zijn? Dus: iets willen kunnen, afkijken van anderen, zelf proberen, analyseren van het resultaat en dan opnieuw proberen of de grens verleggen. Nieuwe vaardigheden worden gedeeld met vrienden. Eerst in een veilige omgeving waar fouten niet ‘fataal’ zijn en later in het echt?

Ik denk van wel!

Maar op school moet je leren wat je niet wil weten, mag je niet overleggen, zegt de leraar hoe je iets moet doen en in welk tempo, bepaalt de leraar de grens van wat je mag weten en wordt er serieus getoetst. Geen ‘Spielerei’ mogelijk.

Het schoolsysteem druist in tegen de natuurlijke manier van leren. Daardoor ontstaat weerstand. Daar heeft iedereen last van: leerlingen, ouders en leraren.

Waarom gaan we dan nog zo door?

Bezinnen

Lang geleden dat ik een blog geplaatst heb. Er waren problemen met de website, deze is veranderd van http://www.jipje.nl naar http://www.jipjenl.nl.

Intussen zijn we verhuisd (zes kilometer verderop): van koop naar huur, van oud naar nieuw, van koud naar warm en van groot naar klein.

Nu de rust is teruggekeerd, is het tijd om te bezinnen. Wat wil ik delen met jullie, waar is behoefte aan, wat zijn mijn plannen nu de jongste steeds meer naar school gaat?

Ik ben benieuwd!

Koopje?

De speelgoedwinkel in ons dorp gaat dicht. (Failliet, om de onrendabele filialen te kunnen sluiten?). De laatste week zijn er hoge kortingen. Nog snel koopjes jagen? Of niet?

Het is natuurlijk verleidelijk om even te gaan kijken. En om vervolgens iets te kopen. Het is nu immers in de aanbieding.

Maar:

Je hebt iets gekocht en dat had je niet gedaan als er geen aanbieding was geweest.

Dus:

1. Je hebt geld uitgegeven.

2. Je hebt meer spullen.

3. Je hebt afval gecreëerd (verpakking).

4. Je hebt iets nieuws gekocht wat een grotere milieu-impact heeft (productie, vervoer) dan iets tweedehands of helemaal niets.

Hoe weersta je de verleiding?

Door aan bovenstaande punten te denken als je langs de speelgoedwinkel komt en er bewust voorbij te lopen. Zo voorkom je impulsaankopen.

Energiekosten

Wij hebben geen:

televisie

computer

vaatwasser

blender

oven

diepvrieskist

koffiezetapparaat

wasdroger

hogedrukreiniger

elektrisch bedienbaar zonnescherm, rolluik of garagedeur

en we hebben vast nog meer apparaten niet die we niet eens missen.

We hebben wel een laag energieverbruik en weinig reparatie- en vervangkosten.

Elektriciteitsverbruik: 1700 kwh

Gasverbruik: 1000 m3

Wel of geen:

Fluoride

Shampoo

Vlees

Vaccinaties

Playstation

Werk

Melk

Sinterklaas

Gasaansluiting

Nieuwe kleding

Plastic speelgoed

Lactose

Stofzuiger

Snoep

Horloge

Suiker

Granen

Chloor

Zelfgemaakt brood

Andere woning

Plastic bekers en borden

Supermarktboodschappen

Tweedehands spullen

Consultatiebureau

Huisdieren

Verpakkingen

Auto

Minimalisme

Stem uitbrengen

Verpakkingen

Vernieuwend onderwijs

Zwerfvuil oprapen

Zonnepanelen

School voor vierjarige

Zomaar wat dingen waar wij de afgelopen tijd iets over hebben besloten. Keuzes die niet zwart-wit zijn, maar waarbij de weegschaal uiteindelijk één kant opgaat. Met kleine, maar soms ook grote consequenties. Dat je iets zoveel mogelijk doet (bijvoorbeeld: zoveel mogelijk verpakkingsvrij kopen) of er helemaal voor gaat (andere woning). Zolang je achter je beslissing staat, voelt het goed. En het kan ook zijn dat de weegschaal later weer de andere kant opslaat.

Iets anders

Wij kiezen bewust: de basisschool voor onze kinderen, geen auto hebben, ‘natuurlijk’ opvoeden, samen slapen, weinig spullen hebben, duurzaam leven en barefoot lopen.

Nu gaan we weer iets ‘anders’ doen: we verkopen ons huis en gaan een nieuwbouwhuis huren. Een kleiner huis, terwijl voor veel mensen een groter koophuis een droom is.

Dit hebben we niet zomaar besloten. We waren al langer op zoek naar manieren om onze vaste lasten te verlagen. Verhuizen naar Drenthe? Hypotheek oversluiten? Andere baan of ik weer werken? Of een andere woonvorm?

Maar eigenlijk willen we helemaal niet weg uit Brabant, van school en werk veranderen, kinderen naar de BSO brengen of lang alleen thuis laten en voor het opzetten van andere woonvormen zijn we niet avontuurlijk genoeg.

Toen kwamen de duurzame huurhuizen voorbij. Zes kilometer verderop, in dezelfde gemeente. We dachten er een weekend over na en gaan het doen! Ons huis, waar we al vijftien jaar wonen, wordt verkocht. Het is een fijn huis, twee van onze kinderen zijn er geboren, de oudste had altijd kinderen om mee te spelen en het bos is om de hoek.

Hopelijk wordt ons nieuwe huis en de nieuwe omgeving (iets verder van het bos 😕) net zo fijn. En zijn er vriendjes voor de drie jongste kinderen.

Voor onze puber wordt de wereld al groter: hij kan zijn vrienden blijven zien. Scholen, sportclub en werk blijven hetzelfde. Maar financieel zal er meer mogelijk zijn. Ook klussen die je bij een koophuis moet (laten) doen, zijn niet meer nodig. En dat is fijn voor mijn man: onze anti-klusser. 😉

Auto delen

Wij zeggen altijd tegen elkaar: mensen lenen liever hun kind uit dan de auto. Want stel je voor dat er iets mee gebeurt!

Waarom is de auto een ‘heilige koe’? En waarom is autodelen zo moeilijk?

Een auto is een statussymbool, verlengstuk van thuis en handig. Maar een auto is niet duurzaam, efficiënt in gebruik, vervuilend en duur. Wij hebben daarom al anderhalf jaar geen auto meer.

Statussymbool: we hebben geen auto voor de buren. Wat anderen denken, vinden wij niet belangrijk. Auto’s zijn gebruiksvoorwerpen: er komen hoe dan ook gebruikssporen op. Hoe erg is dat eigenlijk?

Verlengstuk van thuis: wij hebben geen extra ‘opbergruimte’ nodig en voelen ons in de buitenlucht prima thuis.

Handig: met onze fiets hebben we geen parkeerproblemen en -kosten en in de fietskar passen, behalve kinderen, karren vol boodschappen. Fietsen staan voor de deur en zijn direct beschikbaar.

Over de niet-duurzaamheid van auto’s hoef ik geen woorden ‘vuil’ te maken.

Met inefficiënt bedoel ik dat de meeste auto’s 95% van de tijd stilstaan. Hiermee wordt steeds vaker iets gedaan. Langzaam komt er een omslag in het denken van mensen: auto’s zijn gebruiksvoorwerpen, niet meer en niet minder. Dus deel je auto, maak carpoolafspraken en rijd samen met collega’s.

Haal het idee dat je ‘echt niet zonder auto kan’ uit je hoofd. Probeer maar eens een tijdje of je zonder auto kan of met eentje minder. Breng je kinderen te voet of op de fiets naar school, doe boodschappen op de fiets of laat ze desnoods bezorgen. Beleef avonturen met het openbaar vervoer of schaf een (snelle) elektrische fiets aan. ‘Slower’ reizen kost wat meer tijd en moeite, maar levert ook veel op. Geen parkeer- en filestress, minder uitgaven, meer beweging en frisse lucht.

Het wordt lente, een goed moment om je autoverbruik te minderen. Doen jullie mee?

Zeep

Welke zeep (voor jezelf, de was en om schoon te maken) gebruiken wij? En moet je wel zo vaak zeep gebruiken?

Zo doen wij het:

In de badkamer:

Je haren wassen wij met water. Een beetje kokosolie (ik koop altijd een grote pot) in het bad is fijn. Wil je wel af en toe je haren wassen? Dat kan bijvoorbeeld met aleppozeep of een haarzeepje. Wij gebruiken schapenmelkshampoo. Voor de balans van je haar en huid is niet elke dag badderen trouwens beter.

Ik gebruik deozeep in plaats van een roller. Je kunt zelf deodorant maken van kokosolie en baking soda. Zitten er ook geen slechte stoffen in zoals aluminium.

Tandpasta (zonder fluoride) kun je in een glazen pot kopen of zelf maken.

In de keuken:

Handen wassen wij met een blok zeep.

Afwasmiddel kun je zelf maken, ook voor de vaatwasser. Je kunt ook eco afwasmiddel kopen.

In het washok:

Waspoeder (eco en zonder parfum) koop ik in een kartonnen doos. Soms gebruik ik wasschillen, deze zijn wel verpakt in plastic en hebben een lange reis achter de rug. Je kunt waspoeder ook zelf maken. Wasverzachter gebruik ik niet.

Het hele huis:

Schoonmaken doe ik met groene zeep, azijn, soda en een bezem.

Schermen kijken

Wij hebben geen televisie, maar er zijn wel vier telefoons en een playstation in huis. Hoe gaan wij om met het kijken op schermen?

Schermen zijn overal: op school, onderweg en op je werk. Het is handig om schermen te gebruiken. Bankieren, mailen, informatie van de school en de overheid gaat allemaal digitaal. Dat scheelt tijd en papier.

De keerzijde is de enorme aantrekkingskracht. Voor je het weet, zit je gezin de hele dag op een scherm te staren. Niet sociaal en slecht voor je lijf. Het is belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven, bewust met je schermgebruik om te gaan. Laat je kinderen zien dat je internet kunt gebruiken om informatie op te zoeken, om antwoorden te vinden op je vragen, voor ontspanning (spelletjes, e-book lezen of filmpjes kijken) of voor sociale bezigheden (facebook, instagram). Maar het allerbelangrijkste is dat je laat zien dat de echte wereld veel interessanter is dan die op een scherm.

Hoe blijft de echte wereld interessant?

Voor kleine kinderen is je huis, tuin en directe omgeving leuk genoeg. Geef ze speelgoed met veel mogelijkheden (niet te veel speelgoed, dan wordt spelen moeilijker), ga naar buiten, fiets met ze, lees ze voor, maak een zandbak in de tuin en ze vermaken zich prima.

Kleuters hebben na schooltijd even tijd voor zichzelf nodig: laat ze doen wat ze zelf willen (lego, tekenen, met de hond knuffelen, buiten spelen). Hun wereldje wordt iets groter, afspreken met andere kinderen is ook leuk.

Grotere kinderen willen vaker afspreken. Bij ons is de regel dat als er kinderen komen spelen ze niet op een scherm mogen. Samen wat verder weg buiten spelen, trampolinespringen, lego, spelletjes doen, lezen, tekenen en sporten vinden ze fijn.

Voor pubers zijn sociale contacten en erbij horen belangrijk. Ze communiceren veelvuldig met elkaar via whatsapp en instagram. Stimuleer ze om om echte afspraken te maken met hun vrienden. Ze kunnen nu zelfstandig ergens naartoe en sporten graag.

In de winter mogen onze peuter en kleuter na het avondeten een filmpje kijken, in de zomer spelen ze buiten tot ze naar bed gaan.

Onze negenjarige en puber laten we in principe vrij, zolang ze niet de hele dag achter een scherm zitten. De negenjarige doet dit niet (die gaat wat anders doen), maar op onze puber hebben schermen een enorme aantrekkingskracht. Hij vindt het moeilijk andere rustige bezigheden te zoeken, te stoppen en verveelt zich soms. Maar het leukste vindt hij toch sporten en met vrienden iets doen (heb het even nagevraagd bij hem ☺). Gelukkig maar! Om half tien ’s avonds is het voor hem afgelopen. De afspraak is dat dan alle schermen uit gaan, de wifi zetten wij ’s nachts ook uit.

Onze kinderen zijn tot een jaar of acht dus zoveel mogelijk ‘schermloos’. Daarna mogen ze wel kijken, maar met mate. We leren de kinderen om te gaan met internet, geven zelf het goede voorbeeld en verwachten vanaf de puberleeftijd dat ze verstandig met schermen en internet kunnen omgaan (wel in de gaten houden waar ze mee bezig zijn en globale grenzen stellen). Maar het blijft lastig!