Vroeger (deel 2)

Hoe deed mijn oma het huishouden in de jaren dertig? Hoe leefde mijn vaders gezin zonder plastic, elektrische apparaten en een bad. Hoeveel afval hadden ze?

Het staat buiten kijf dat de hygiëne en woonomstandigheden nu beter zijn dan negentig jaar geleden. Ook de was doen, is tegenwoordig een stuk makkelijker (wasmachine), net zoals het bewaren van eten (koelkast). Het huishouden was veel en zwaar werk. Verder werd er in die tijd gestookt en gekookt op hout en kolen, veel slechter voor het milieu en de gezondheid dan het gebruik van groene stroom (en groen gas).

Maar: bij de melkboer, kruidenier en bakker kon je elke gewenste hoeveelheid laten afwegen. Melk werd in je eigen kan gegoten, meel zat in papieren zakken. Bij de kruidenier zat veel in glazen potten. In het dorp van mijn vader hadden mensen hun eigen groentetuin en kippen. Ook bij de boeren kochten ze groente, fruit en eieren. Dit was onverpakt, je nam zelf kan, mandje en tas mee. (Nu: de verpakkingsloze winkel, lokaal geproduceerd eten kopen en zero waste stroming.)

Maar: tot voor kort kende iedereen de technieken om eten langer houdbaar te maken. In de herfst werd jam gemaakt en groente ingemaakt of gefermenteerd (bijvoorbeeld zuurkool) in glazen potten en in de kelder bewaard. In sommige gezinnen werd één keer per jaar een varken gekocht. Dit lieten ze slachten en alles van het beest werd gebruikt: vlees, organen, botten, vet. Ook werd vlees gepekeld en bewaard voor de winter. (Nu wordt dit opnieuw ‘ontdekt’.)

Maar: met een paar basisingrediënten maakte de generatie van mijn oma alles zelf. (Nu: koken met een paar ingrediënten, zelf brood bakken.)

Maar: schoonmaken werd gedaan met bezem, soda, azijn en groene zeep. Je waste je met een blok zeep en mijn opa deed zijn hele volwassen leven met hetzelfde scheermes. (Nu: trend naar natuurlijker schoonmaken en persoonlijke verzorging zonder milieu- en gezondheidsimpact.)

Maar: kleding en linnengoed werd versteld, doorgegeven aan broertjes of zusjes of vermaakt. Knopen werden terug aangenaaid. De stoffen waren van natuurlijke materialen als wol, katoen en linnen. (Nu: minimalistische, degelijke, tijdloze kleding garderobe bestaande uit natuurlijke (gots) gecertificeerde materialen. En kinderkleding doorgeef netwerken).

Maar: de huizen waren eenvoudig, degelijk en functioneel ingericht. Er werd niets vervangen als het nog functioneerde, gerepareerd of hergebruikt kon worden. (Nu: minimalisme stroming.)

Maar: groenafval werd meegegeven aan de schillenboer voor de dieren. Flessen werden opnieuw gevuld. (Nu: recycle, statiegeldflessen.)

Maar: kinderen gingen te voet naar school, boodschappen werden per paardenkar of bakfiets thuisbezorgd of te voet gehaald. Het werk was in de buurt en te voet of per fiets bereikbaar. Op vakantie ging niemand. Misschien een dagje naar zee of met de trein naar familie. Kinderen waren de hele zomervakantie thuis en speelden buiten. In hun vertrouwde omgeving met voldoende sociale controle. (Nu: CO2 uitstoot verminderen door minder auto te rijden en te vliegen, kamperen bij de boer, elektrische fiets voor woon-werk verkeer, fietskoeriers.)

Maar: de generatie van mijn oma en vele generaties daarvoor verspilden niets. Ook nu kunnen we beter niet verspillen: bijvoorbeeld vanwege de vervuiling van onze planeet en de oneerlijke verdeling van het voedsel waardoor veel mensen in armoede leven en honger lijden. (Nu: stop de verspilling-beweging.)

Eigenlijk niets nieuws onder de zon dus. Met een paar kleine aanpassingen ‘terug in de tijd’ kun je een groot verschil maken wat betreft de vervuiling en uitputting van de aarde. Fijn dat er steeds meer mensen mee bezig zijn. 😄

Vroeger (deel 1)

Bijna 85 jaar geleden is mijn vader geboren. Zijn Noordhollandse jeugd speelde zich af in de crisistijd en de tweede wereldoorlog. Pas een paar jaar daarvoor was uitgevonden hoe je plastic kon maken uit aardolie. Antibiotica en massale inentingen waren er niet. Slechts een paar auto’s reden rond in het dorp.

Tot de oorlog begon was het gezin van mijn vader welvarend, zij hadden één van die weinige auto’s. Mijn opa en zijn broer hadden een stratenmakersbedrijf en vielen met hun neus in de boter in die tijd. Met de opkomst van de auto was er veel werk.

Mijn opa was echter een man met principes: hij weigerde opdrachten voor de bezetters te doen. Daardoor werd de financiële situatie van het gezin naarmate de oorlog vorderde zeer slecht. Het grote huis werd ingeruild voor een kleintje. Al het gereedschap, de auto en de fotocamera werden verkocht. Het gezin heeft honger en kou geleden. In 1947 had mijn vader nog hongeroedeem.

Mijn vader had geen eigen kamer, fiets, een kast vol kleren en amper speelgoed. Televisie of andersoortige schermen bestonden nog niet.

Toch heeft mijn vader (vindt hij zelf) een geweldige jeugd gehad. Regelmatig was er geen school, in het schoolgebouw zaten Duitsers en het plaatselijke café was niet altijd beschikbaar. Dus met een groep jongens op avontuur: slootje springen, schaatsen in de ondergelopen polder, achter prikkeldraad blijven hangen en appels stelen bij de boer. Spelen met elkaar en met niks. Later ook naar het bos van Heiloo om brandhout te zoeken en te schooien om eten bij de Duitsers. En verder geen traumatische oorlogservaringen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kinderen hier in de Langstraat die angstige momenten beleefden in de schuilkelders vanwege de V1’s.

In de herinneringen van mijn vader aan zijn jeugd speelt de oorlog slechts een marginale rol. De vrijheid, het buiten spelen met de jongens en de avonturen die ze beleefden staat voorop.

Door te spelen oefen je, in een veilige omgeving, alle vaardigheden die je later nodig hebt. Je leert samenwerken, problemen oplossen, beslissingen nemen, risico’s inschatten, een mening vormen en rekening houden met anderen. Met volwassenen passief beschikbaar op de achtergrond.

Spelen is van alle tijden, maar de laatste decennia hebben kinderen deze belangrijke oefenomgeving vaak niet. Wat betekent dit voor de sociale en lichamelijke gezondheid van onze kinderen en later volwassenen?

Duurzaamheid een keuze?

Wij worden aangespoord afval te scheiden, minder te vliegen, het openbaar vervoer te gebruiken, geen vervuilende auto’s te rijden, minder vlees te eten, minder energie te gebruiken, geen plastic tasjes te gebruiken en ons huis energie neutraal te maken. Prima natuurlijk, maar ik denk dat deze maatregelen slechts druppels op een gloeiende plaat zijn. Wat heeft het voor zin om plastic tasjes en rietjes te verbieden en het overige wegwerp plastic niet?

Het gros van de mensen is helemaal niet bezig met klimaatverandering, CO2 of stikstofuitstoot en duurzaamheid. Ze ervaren de maatregelen van de overheid als beperkend, omslachtig en duur. En dat zal zo blijven zolang er een keuze is.

De maatregelen van de overheid zijn bovendien vooral bedoeld voor burgers. Bedrijven mogen het economische belang nog voor laten gaan. Dat is jammer, want nu is duurzaamheid een keuze, terwijl het een plicht (aan onze aarde) zou moeten zijn.

Bedrijven moeten gemotiveerd worden om duurzame oplossingen te zoeken. Bijvoorbeeld voor het vervangen van wegwerp plastic in supermarkten, fastfoodketens, speelgoedwinkels etc. door afbreekbare of herbruikbare varianten. Ook zolang duurzaam (fiets, zeilboot, elektrisch aangedreven voertuigen) vervoer duurder en omslachtiger blijft dan traditioneel vervoer zal dat niet veranderen. Duurzaamheid wordt nu door bedrijven vaak ingezet als marketinginstrument, natuurlijk om meer te verkopen en een hogere prijs te rechtvaardigen.

Ik denk dat de overheid naast het bewust maken van burgers ook boven in de keten, bij de producenten en bedrijven duurzaamheidseisen moet stellen. Bijvoorbeeld dat bedrijven en overheid ervoor zorgen dat producten verpakt worden in afbreekbaar verpakkingsmateriaal, nieuwe auto’s niet op fossiele brandstof rijden, spullen lang meekunnen en bijvoorbeeld batterijen vervangen kunnen worden, producten met veel reiskilometers meer belast worden dan lokale producten, vervoer van producten per fiets, elektrische auto, zeilboot of trein gestimuleerd wordt en dat geld uitgetrokken wordt om het bedrijfsleven onderzoek te laten doen naar nog meer duurzamere mogelijkheden.

Dit gebeurt al wel, bijvoorbeeld bij één van de tien meest CO2 uitstotende bedrijven van Nederland. Deze tien bedrijven zijn samen verantwoordelijk voor vijftig procent van de totale CO2 uitstoot. Uiteindelijk zal van bovenstaand bedrijf de uitstoot nul zijn en worden andere bedrijven overbodig. De alternatieven zijn dus soms al aanwezig. Jammer dat jaren duurt voor ze werkelijkheid worden. Het is te vrijblijvend.

Het is vreemd dat duurzame opstarters (cacao vervoeren per zeilboot, supermarkt met glazen potten, bezorging per bakfiets) moeten crowdfunden om hun plannen te verwezenlijken. Het zou fijn zijn als duurzame initiatieven meer (financieel) gesteund zouden worden.

Dan zou er een omslag komen: van een steeds meer-meer-meer economie naar een circulaire, van wegwerp naar kwaliteit met reparatie mogelijkheden, van plastic naar afbreekbaar, van olie naar water en zon, van bezit naar delen, van kunstmatig naar natuurlijk, van ver weg naar dichtbij, van korte naar lange termijn, van individueel naar samen.

Doen jullie mee? Samen kunnen we zorgen voor een omslag.

(Zoals wij: bio groente en fruit van een lokale boer, melk in statiegeldflessen, meel van de molen, weinig, maar degelijke en herbruikbare spullen en kleding, reizen per fiets of openbaar vervoer, dichtbij op vakantie, zelf maken (brood, afwasmiddel, deodorant), tweedehands, handmatig (scheren, koffie zetten, was drogen, afwassen), kleine nul-op-de-meter woning, wassen (blok zeep), schoonmaken (bezem, groene zeep, azijn), zonne-energie en groene stroom, geen auto. En zo kan iedereen en elk bedrijf duurzamere keuzes maken.)





Onder’wijs’

Gisteren een prachtig voorbeeld van hoe mensen leren. Onze zoon (15) haalde zijn computer uit elkaar en bouwde hem over in een andere kast. ‘Het is eigenlijk heel simpel’, zei hij en hij legde het uit aan mij, inclusief technische termen als moederboard en hardware. Dit was het resultaat van het maandenlang bekijken van YouTube filmpjes over dit onderwerp.

Daarna keek hij een Engelstalig filmpje over het overzetten van Windows en bracht het gelijk in praktijk.

Hij was geconcentreerd, niet te stoppen (het was eigenlijk bedtijd) en deed het vanuit zijn eigen interesse en motivatie.

En zo ging het ook met het leren van Engels (vloeiend spreken, schrijven en lezen intussen, ver boven zijn VMBO schoolniveau) en met het oefenen van ingewikkelde sprongen op de trampoline (en alle Engelstalige termen die daarbij horen). Ook de klok heeft hij zichzelf geleerd, toen hij het nodig vond. Op school kregen ze het niet voor elkaar…

Zou dit de ‘natuurlijke’ manier van leren zijn? Dus: iets willen kunnen, afkijken van anderen, zelf proberen, analyseren van het resultaat en dan opnieuw proberen of de grens verleggen. Nieuwe vaardigheden worden gedeeld met vrienden. Eerst in een veilige omgeving waar fouten niet ‘fataal’ zijn en later in het echt?

Ik denk van wel!

Maar op school moet je leren wat je niet wil weten, mag je niet overleggen, zegt de leraar hoe je iets moet doen en in welk tempo, bepaalt de leraar de grens van wat je mag weten en wordt er serieus getoetst. Geen ‘Spielerei’ mogelijk.

Het schoolsysteem druist in tegen de natuurlijke manier van leren. Daardoor ontstaat weerstand. Daar heeft iedereen last van: leerlingen, ouders en leraren.

Waarom gaan we dan nog zo door?

Bezinnen

Lang geleden dat ik een blog geplaatst heb. Er waren problemen met de website, deze is veranderd van http://www.jipje.nl naar http://www.jipjenl.nl.

Intussen zijn we verhuisd (zes kilometer verderop): van koop naar huur, van oud naar nieuw, van koud naar warm en van groot naar klein.

Nu de rust is teruggekeerd, is het tijd om te bezinnen. Wat wil ik delen met jullie, waar is behoefte aan, wat zijn mijn plannen nu de jongste steeds meer naar school gaat?

Ik ben benieuwd!

Koopje?

De speelgoedwinkel in ons dorp gaat dicht. (Failliet, om de onrendabele filialen te kunnen sluiten?). De laatste week zijn er hoge kortingen. Nog snel koopjes jagen? Of niet?

Het is natuurlijk verleidelijk om even te gaan kijken. En om vervolgens iets te kopen. Het is nu immers in de aanbieding.

Maar:

Je hebt iets gekocht en dat had je niet gedaan als er geen aanbieding was geweest.

Dus:

1. Je hebt geld uitgegeven.

2. Je hebt meer spullen.

3. Je hebt afval gecreëerd (verpakking).

4. Je hebt iets nieuws gekocht wat een grotere milieu-impact heeft (productie, vervoer) dan iets tweedehands of helemaal niets.

Hoe weersta je de verleiding?

Door aan bovenstaande punten te denken als je langs de speelgoedwinkel komt en er bewust voorbij te lopen. Zo voorkom je impulsaankopen.

Energiekosten

Wij hebben geen:

televisie

computer

vaatwasser

blender

oven

diepvrieskist

koffiezetapparaat

wasdroger

hogedrukreiniger

elektrisch bedienbaar zonnescherm, rolluik of garagedeur

en we hebben vast nog meer apparaten niet die we niet eens missen.

We hebben wel een laag energieverbruik en weinig reparatie- en vervangkosten.

Elektriciteitsverbruik: 1700 kwh

Gasverbruik: 1000 m3

Wel of geen:

Fluoride

Shampoo

Vlees

Vaccinaties

Playstation

Werk

Melk

Sinterklaas

Gasaansluiting

Nieuwe kleding

Plastic speelgoed

Lactose

Stofzuiger

Snoep

Horloge

Suiker

Granen

Chloor

Zelfgemaakt brood

Andere woning

Plastic bekers en borden

Supermarktboodschappen

Tweedehands spullen

Consultatiebureau

Huisdieren

Verpakkingen

Auto

Minimalisme

Stem uitbrengen

Verpakkingen

Vernieuwend onderwijs

Zwerfvuil oprapen

Zonnepanelen

School voor vierjarige

Zomaar wat dingen waar wij de afgelopen tijd iets over hebben besloten. Keuzes die niet zwart-wit zijn, maar waarbij de weegschaal uiteindelijk één kant opgaat. Met kleine, maar soms ook grote consequenties. Dat je iets zoveel mogelijk doet (bijvoorbeeld: zoveel mogelijk verpakkingsvrij kopen) of er helemaal voor gaat (andere woning). Zolang je achter je beslissing staat, voelt het goed. En het kan ook zijn dat de weegschaal later weer de andere kant opslaat.

Minder is juist meer

40.000 mensen bij de klimaatmars. Velen vinden de vervuiling een probleem. Wat kun je zelf doen (zie het als een uitdaging)?

Rijd minder met de auto. Kun je hem een maand laten staan? Misschien kun je wel helemaal zonder auto?

Koop voedsel zoveel mogelijk onbewerkt, lokaal, zonder verpakking of met afbreekbare of recylcebare verpakking. En neem je eigen tas en drinkfles mee.

Koop duurzaam speelgoed en duurzaam geproduceerde kleding. Kijk voor tweedehands spullen. Of beter: koop voorlopig niets!

Ben zuinig met energie. Spaarlampen, verwarming lager, minder elektrische apparatuur, korter douchen.

Stap af van het idee dat alles steeds groter, mooier, duurder ‘moet’. In onze (Westerse) wereld staan de economische belangen op de eerste plaats. Dit gaat ten koste van de samenleving en de natuur.

Velen van ons zijn opgegroeid met het idee dat bezit een doel is. Terwijl het een middel is om fijn te kunnen leven. Onze samenleving is ver verwijderd van de natuur. In plaats van een ‘samen’leving zijn we ieder voor zich bezig. We denken dat geld gelukkig maakt. Om dat geld te verdienen, zijn we veel aan het werk met weinig tijd voor onszelf, brengen we onze kinderen weg, hebben we geen tijd om voor oma te zorgen en voelen we ons gestresst en schuldig. Hoe doorbreek je deze vicueuze cirkel?

Word je gelukkig met steeds meer of juist met minder? ‘Moet’ je echt een groter huis, twee auto’s, de nieuwste smartphone, nieuwe spullen, veel speelgoed, een babykamer? Is dat omdat je denkt dat het zo hoort. Omdat iets nieuws voor even een fijn gevoel geeft? Omdat je je afwezigheid (bij je kinderen) wil compenseren?

Stop je energie in jezelf en de mensen om je heen. Daar word je pas echt gelukkig van.

Iets anders

Wij kiezen bewust: de basisschool voor onze kinderen, geen auto hebben, ‘natuurlijk’ opvoeden, samen slapen, weinig spullen hebben, duurzaam leven en barefoot lopen.

Nu gaan we weer iets ‘anders’ doen: we verkopen ons huis en gaan een nieuwbouwhuis huren. Een kleiner huis, terwijl voor veel mensen een groter koophuis een droom is.

Dit hebben we niet zomaar besloten. We waren al langer op zoek naar manieren om onze vaste lasten te verlagen. Verhuizen naar Drenthe? Hypotheek oversluiten? Andere baan of ik weer werken? Of een andere woonvorm?

Maar eigenlijk willen we helemaal niet weg uit Brabant, van school en werk veranderen, kinderen naar de BSO brengen of lang alleen thuis laten en voor het opzetten van andere woonvormen zijn we niet avontuurlijk genoeg.

Toen kwamen de duurzame huurhuizen voorbij. Zes kilometer verderop, in dezelfde gemeente. We dachten er een weekend over na en gaan het doen! Ons huis, waar we al vijftien jaar wonen, wordt verkocht. Het is een fijn huis, twee van onze kinderen zijn er geboren, de oudste had altijd kinderen om mee te spelen en het bos is om de hoek.

Hopelijk wordt ons nieuwe huis en de nieuwe omgeving (iets verder van het bos 😕) net zo fijn. En zijn er vriendjes voor de drie jongste kinderen.

Voor onze puber wordt de wereld al groter: hij kan zijn vrienden blijven zien. Scholen, sportclub en werk blijven hetzelfde. Maar financieel zal er meer mogelijk zijn. Ook klussen die je bij een koophuis moet (laten) doen, zijn niet meer nodig. En dat is fijn voor mijn man: onze anti-klusser. 😉