Vroeger (deel 1)

Bijna 85 jaar geleden is mijn vader geboren. Zijn Noordhollandse jeugd speelde zich af in de crisistijd en de tweede wereldoorlog. Pas een paar jaar daarvoor was uitgevonden hoe je plastic kon maken uit aardolie. Antibiotica en massale inentingen waren er niet. Slechts een paar auto’s reden rond in het dorp.

Tot de oorlog begon was het gezin van mijn vader welvarend, zij hadden één van die weinige auto’s. Mijn opa en zijn broer hadden een stratenmakersbedrijf en vielen met hun neus in de boter in die tijd. Met de opkomst van de auto was er veel werk.

Mijn opa was echter een man met principes: hij weigerde opdrachten voor de bezetters te doen. Daardoor werd de financiële situatie van het gezin naarmate de oorlog vorderde zeer slecht. Het grote huis werd ingeruild voor een kleintje. Al het gereedschap, de auto en de fotocamera werden verkocht. Het gezin heeft honger en kou geleden. In 1947 had mijn vader nog hongeroedeem.

Mijn vader had geen eigen kamer, fiets, een kast vol kleren en amper speelgoed. Televisie of andersoortige schermen bestonden nog niet.

Toch heeft mijn vader (vindt hij zelf) een geweldige jeugd gehad. Regelmatig was er geen school, in het schoolgebouw zaten Duitsers en het plaatselijke café was niet altijd beschikbaar. Dus met een groep jongens op avontuur: slootje springen, schaatsen in de ondergelopen polder, achter prikkeldraad blijven hangen en appels stelen bij de boer. Spelen met elkaar en met niks. Later ook naar het bos van Heiloo om brandhout te zoeken en te schooien om eten bij de Duitsers. En verder geen traumatische oorlogservaringen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kinderen hier in de Langstraat die angstige momenten beleefden in de schuilkelders vanwege de V1’s.

In de herinneringen van mijn vader aan zijn jeugd speelt de oorlog slechts een marginale rol. De vrijheid, het buiten spelen met de jongens en de avonturen die ze beleefden staat voorop.

Door te spelen oefen je, in een veilige omgeving, alle vaardigheden die je later nodig hebt. Je leert samenwerken, problemen oplossen, beslissingen nemen, risico’s inschatten, een mening vormen en rekening houden met anderen. Met volwassenen passief beschikbaar op de achtergrond.

Spelen is van alle tijden, maar de laatste decennia hebben kinderen deze belangrijke oefenomgeving vaak niet. Wat betekent dit voor de sociale en lichamelijke gezondheid van onze kinderen en later volwassenen?