21 century skills

Ik zag een interview van café Weltschmerz. Er werd gezegd dat het industriële tijdperk voorbij is, de factor arbeid is niet belangrijk meer. Er is een technologische macht bij gekomen, die (nog) niet democratisch is. We zitten nu in een soort vacuüm, een interbellum, een nieuwe wereldorde moet ingericht worden. Dit zette mij aan het denken.

Want de vraag is: wat wordt de nieuwe wereldorde?

Een technologische, digitale macht die mensen controleert, in hun privacy, vrijheid reguleert, censureert en die door niemand gecontroleerd of teruggefloten kan worden? Waar zelfs overheden aan ondergeschikt zijn?

Of: een technologische macht ten behoeve van de mensen, dieren, natuur en het klimaat. Niet enkele grote, geglobaliseerde bedrijven, maar veel verschillende gericht op lokale mogelijkheden en behoeften.

Een interbellum is een onrustige tijd…

Zo is er bij veel mensen het besef dat bijvoorbeeld de scholen niet meer aansluiten bij de huidige tijd. Scholen zitten nog in het industriële model. Montessori, jenaplan, vrije school: allemaal ontstaan rond 1900. Scholen lijken op een industrieel bedrijf: niet democratisch, maar een baas (leraar) die zegt wat de werknemers (leerlingen) moeten doen. Iedereen leert hetzelfde, op hetzelfde moment. Kinderen moeten luisteren, niet kritisch zijn en ‘goede’ werknemers worden.

Alleen is de laatste twintig jaar de digitalisering erbij gekomen met op het internet een onuitputtelijke bron van informatie, meningen en mogelijkheden. Ik denk dat scholing moet gaan inhouden dat we kinderen hiermee leren omgaan. Topografie leren, geschiedenis feitjes uit je hoofd leren? Het is nutteloos geworden, je kunt het allemaal zo opzoeken. Leer kinderen wat betrouwbare bronnen zijn, wakker hun nieuwsgierigheid aan, leer ze kritisch denken, analyseren, verbanden leggen, bied ze digitale vaardigheden, laat ze ontdekken waar ze goed in zijn en begeleid ze hierbij.

De meerderheid houdt nog vast aan het oude, ook doordat de machtige, industriële bedrijven niet opgeven: olie-industrie, auto-industrie. Vernieuwingen worden tegengewerkt door deze bedrijven en regels uit het industriële tijdperk. Er is angst voor verandering, onzekerheid. Dit is typisch voor een overgangsperiode, want het is niet duidelijk wat ervoor in de plaats komt. Arbeid bijvoorbeeld, werk, hoe ga je geld verdienen als robots je werk overnemen? Of is dat te veel denken als in het industriële tijdperk en is het kapitalisme ook verleden tijd? Gaat er veel meer veranderen dan wij ons kunnen voorstellen op dit moment?

Voorzichtige pre-industriële uitingen zijn: vernieuwingsscholen (bijvoorbeeld democratische school), ontspullen, minimalisme, natuurlijker leven, andere woonvormen, flexibele werktijden, werken met doelen en niet in uren, kleine zelfstandigen die lokaal maatwerk maken, robotisering, duurzame uitvindingen, basisinkomen, maar ook apps waarbij je doen en laten gevolgd kan worden, vrijheidsbeperkingen, verboden die eerst ondenkbaar waren.

De maatschappij overkomt ons niet, maar die is van ons en wij, de mensen, kunnen laten zien welke kant we op willen. Dus heb je ideeën: ga ervoor!

Motivatie

Motivatie is de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag en wordt onderverdeeld in extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Extrinsiek: bepaald gedrag laten zien, omdat je ervoor beloond wordt, een compliment krijgt, afhankelijkheid van anderen.

Intrinsiek: bepaald gedrag vertonen, omdat je dat zelf wil, onafhankelijk van anderen, zelfdiscipline, verantwoordelijk voor en de controle bij jezelf.

Kinderen op school ervaren hetzelfde als volwassenen die werken voor een baas: ze moeten taken doen of doelen bereiken die opgelegd worden. Intrinsieke motivatie verdwijnt snel als je steeds hetzelfde moet doen, geen inspraak hebt in je werk- of leerproces, niet mee mag besluiten en bestraft wordt voor het niet halen van doelen. Je krijgt tegenzin, angst en stress.

Steeds meer wordt duidelijk dat als je zelf inspraak hebt in je werk- of leerproces dit je motivatie ten goede komt. Het werk of de taak kost het minder moeite, energie en je werkt efficiënter. Ook afwisseling, mee beslissen en een afgerond geheel maken in plaats van steeds hetzelfde kleine stukje, geven voldoening, zelfs voor taken die niet leuk zijn.

Ik vind dat alleen intrinsieke motivatie echte motivatie is. Je kunt mensen niet extrinsiek motiveren, maar wel inspireren, een zetje in de goede richting geven, de weg wijzen, vaardigheden leren, voordoen. Samen, gelijkwaardig, onvoorwaardelijk en liefdevol.

Luchtkwaliteit

Een paar feiten over vervuiling en klimaat:

Eenenvijftig procent van de wereldbevolking ademt vervuilde lucht in.

Wereldwijd sterven jaarlijks bijna negen miljoen mensen door luchtvervuiling.

Vanwege het coronavirus moesten fabrieken in China dicht. Vanuit de ruimte was te zien dat de luchtkwaliteit boven China ontzettend verbeterde.

Tijdens de lockdown van Parijs was de luchtvervuiling vijfenzeventig procent minder dan daarvoor.

In Siberië is een hittegolf, terwijl de temperatuur in de zomer daar normaal nauwelijks boven nul komt. De permafrost ontdooit.

De temperatuur stijgt op de hele aarde, in een heel kort tijdsbestek. Dit is nog nooit voorgekomen.

Veroorzakers: vooral wegverkeer en industrie.

Dit is het moment om met kritische ogen te kijken naar onze wereld. De vervuiling gaat ten koste van onze gezondheid, dieren sterven uit, het klimaat warmt op, de zeespiegel stijgt, oerbossen worden gekapt, er komen natuurrampen. De aarde wordt onleefbaar!

Zijn we onszelf aan het laten uitsterven door onze leefstijl?

Economische belangen gaan nog steeds voor het klimaat, milieu en natuur. Maar wat is geld, macht, luxe waard als je ziek wordt van de smog of als je land overstroomt door de stijgende zeespiegel?

Wat kun je zelf doen: minder of geen auto rijden, minder spullen kopen, minder pakjes (bulk kopen), duurzame, kwalitatief goede spullen hebben, thuiswerken, plastic free, zero waste. Het is er allemaal.

Het probleem is dat je je er eerst bewust van moet zijn en er moeite voor moet willen doen. Dat is wat er mis is: er zouden geen andere keuzes moeten zijn dan duurzame.

Verander: van materialist naar minimalist, van kunstmatig naar natuur, van individualist naar liefdevol met elkaar, van uniform naar divers, van stress naar ontspanning, van succesvol naar gelukkig, van te veel voor sommigen naar genoeg voor iedereen.

Plastic free?

Iedereen heeft wel eens beelden gezien van de plastic soep, vervuilde stranden en rivieroevers. Het is niet te ontkennen dat plastic een enorm probleem geworden is. Plastic is één van de meest gebruikte stoffen ter wereld, maar kan niet afgebroken worden in de natuur. Het verbrokkelt slechts tot microdeeltjes.

De afgelopen zeventig jaar is onze aarde overspoeld door plastic. Sinds dit decennium komt het besef dat het niet zo kan doorgaan. Fijn dat er wereldwijd maatregelen getroffen worden: het verbod op plastic tasjes, wegwerp plastic, plastic bestek en bordjes en drinkflesjes. Dit is een begin en gelukkig wordt het steeds makkelijker om je plastic verbruik te reduceren.

Plastic is zichtbaar: tandenborstels, verpakkingsmateriaal, drinkflessen, wegwerpscheermesjes en speelgoed. Maar het is ook onzichtbaar aanwezig in kleding, sponsjes, microvezel doekjes, shampoo, zonnebrandcrème, luiers en maandverband, matrassen, muurverf en theezakjes.

Plastic vervangers zijn glas, emaille, rvs, aardewerk, hout, karton en katoen. Eigenlijk alles wat van natuurlijke materialen is gemaakt en afbreekbaar of herbruikbaar is. Ook deze stoffen hebben een impact op de aarde, let op de keurmerken (bijvoorbeeld gots voor kleding). Plastic vervangers moeten van goede kwaliteit zijn en lang meegaan.

Bijvoorbeeld:

Koop groente, fruit, thee en eieren onverpakt en jam, honing, olijfolie, chocopasta, pindakaas en zonnebrandcrème zonder plastic nanodeeltjes in glazen potten. Kaas kun je bewaren in een bijenwasdoek.

Er zijn glazen statiegeldflessen en -potten voor zuivel, macaroni, linzen, noten, meel en koffiebonen.

Bak zelf je brood met bulkverpakkingen meel en gist.

Wil je frisdrank of water met een smaakje, kun je overwegen een sodamaker met glazen flessen aan te schaffen.

Servies, bestek, lunchtrommels en schoolbekers: die zijn van rvs, aardewerk, glas of emaille en kunnen heel lang mee.

Neem je eigen tassen en drinkfles mee voor onderweg.

Handen en haren wassen met een blok zeep. Scheren met rvs scheermes. Houten tandenborstels of van gerecycled plastic met vervangbare kop.

Maak schoonmaakmiddel, wasmiddel, afwasmiddel, deodorant en tandpasta zelf (soda, banking soda, kokosolie, maïszetmeel, azijn).

Afwassen en schoonmaken doe je met een houten afwasborstel, natuurspons en katoenen doekjes.

Gebruik muurverf met natuurlijke ingrediënten.

Houten (tweedehands) meubels geven een natuurlijke uitstraling en als je matras versleten is, kun je die vervangen door een plastic vrije of katoenen futon.

Wasbare luiers, wasbare zoogcompressen, wasbare billendoekjes, wasbare make-up schijfjes, wasbaar maandverband of een menstruatiecup zijn goedkoper, gezonder en duurzamer dan wegwerp.

Koop kleding en speelgoed het liefst tweedehands of bij duurzame winkels. Ga voor duurzame kleding en speelgoed van natuurlijke materialen als katoen, linnen, zijde en hout.

Stel jezelf de volgende vragen:

1. Heb ik het echt nodig?

2. Kan ik het zelf maken of lenen?

3. Kan het tweedehands?

4. Is er een duurzame, kwalitatief goede, verpakkingsloze, plasticvrije of wasbare variant?

5. Haal ik het zelf of laat ik het duurzaam bezorgen?

Beste meneer Rutte

Pas geleden kreeg ik een folder van de gemeente, omdat onze vijfjarige zoon leerplichtig was geworden. Hierin werd gesproken over leerplicht, schoolplicht, ongeoorloofd verzuim en de consequentie van het niet behalen van een startkwalificatie (geen uitkering tot je 27e jaar bij werkloosheid). Toen ik dat las dacht ik aan mijn vijftienjarige zoon en werd ik heel verdrietig.

Hoe zou u zich voelen als uw vijfjarige zei dat hij liever doodging dan nog naar school te gaan. En u hem toch weer naar school bracht.

Hoe zou u zich voelen als uw schoolkind elke ochtend schreeuwde, huilde en wegliep omdat hij naar school moest. En u het toch weer naar school sleurde.

Hoe zou u zich voelen als uw kind hoofdpijn en buikpijn had, omdat het naar school moet. En u het toch weer achterop de fiets zette.

Hoe zou u zich voelen als uw kind school een gevangenis noemt.

Hoe zou u zich voelen als uw puber een burn out had (hoofdpijn, hyperventileren, duizelig), maar volledig belastbaar is volgens de schoolarts. En u hem maar weer naar school stuurde.

Hoe zou u zich voelen als u in een klas voor dagbesteding werd gezet, terwijl u VMBO niveau heeft.

Hoe zou u zich voelen als u door dyscalculie geen 1F niveau rekenen kan halen, laat staan 2F niveau wat voor het MBO vereist is.

En hoe zou u zich voelen als u daardoor geen startkwalificatie kon behalen.

Hoe zou u zich voelen als u uw talenten niet mocht ontwikkelen?

Is dan die jarenlange worsteling voor niks geweest?

Ligt dat aan ons kind, aan ons als ouders of aan het schoolsysteem?

De afgelopen schoolvrije periode heeft mij duidelijk gemaakt dat onze kinderen op school dwang ervaren, onder druk worden gezet, met elkaar worden vergeleken, worden geconfronteerd met wereldnieuws waar ze verdrietig van worden, in hokjes geduwd worden en dat de oorzaak voor problemen meestal bij het kind wordt gelegd. U zegt: kwetsbare kinderen moeten naar school, maar school maakt onze kinderen juist kwetsbaar. In vakanties en de afgelopen periode komen onze kinderen weer tot zichzelf. Ze leren: samen spelen, zich vervelen, compromissen sluiten, Engels en computers bouwen, zwemmen in de sloot, grenzen verkennen, nieuwe vrienden maken, een ei leren bakken, watervrij worden, bouwen, tellen, lezen, alles over de wolf, tekenen, hoe eieren uitgebroed worden, roeien, skaten. Het komt allemaal vanzelf en uit henzelf.

Het schoolsysteem is belemmerend en niet efficiënt: hoeveel tijd wordt besteed aan waarschuwen, straffen, stil krijgen van een klas? En hoeveel tijd aan toetsen? En dan denkt u dat nog meer toetsen een oplossing is?

Onze elfjarige zoon wil niet naar de middelbare school. Hij wil geen ongeïnteresseerde, ongemotiveerde kinderen om zich heen. Hij wil geen cijfercompetitie. Hij wil een inspirerende omgeving, uitdagingen, creatieve oplossingen bedenken. Ontdekken waar hij goed in is en waar hij gelukkig van wordt.

Ik maak me zorgen over alle kinderen die niet in het schoolsysteem passen, die ongelukkig zijn, beschadigd zijn, hun authenticiteit kwijtgeraakt zijn, drop-outs zelfs soms. Ik maak me zorgen over de kinderen die niet opvallen op school, zich aanpassen, hun identiteit en creativiteit opgeven. En ik maak me zorgen over de leraren, die onmacht en frustratie voelen, omdat ze niet van het smalle pad mogen afwijken.

Werkt het huidige schoolsysteem als het mijn normaal begaafde kind belemmert  een startkwalificatie te behalen?


Voor hen en iedereen die dat wil, zou er een ontsnappingsmogelijkheid moeten zijn. Bijvoorbeeld thuisonderwijs, al dan niet begeleid en al dan niet tijdelijk. Er zou meer ruimte moeten zijn voor (gratis) alternatieve scholen. Het smalle schoolweggetje moet breed worden, zodat alle kinderen hun talent kunnen ontdekken en dit later kunnen inzetten in onze maatschappij. Dat lijkt mij een goede investering voor de samenleving.

Ik hoor graag van u.

Hoogachtend,

Miriam, moeder van vier kinderen van vijftien, elf, zeven en vijf jaar.

Overleven

Wereldnieuws: twee verdwaalde Nieuw-Zeelandse wandelaars hebben negentien dagen overleefd in de wildernis. Ze overleefden, omdat ze water hadden gevonden en op dezelfde plek bleven. Dat is nieuws, want een wonder.

Nederlands nieuws: Er loopt hier in Brabant een wolf. Die vangt schapen, omdat die voor hem makkelijke prooien zijn. De boeren houden de schapen onder onnatuurlijke en onbeschermde omstandigheden. Het instinct van de wolf raakt in de war en hij blijft bijten. Dit is nieuws, want die stoute ‘killer’ wolf is een moordenaar, hoort hier niet en moet zo snel mogelijk weg.

Wat hebben deze twee nieuwsberichten met elkaar te maken? Het zijn twee voorbeelden van hoe ver wij van de natuur verwijderd zijn geraakt.

Mensen zijn bang voor de wolf door gebrek aan kennis, doordat geen maatregelen zijn getroffen om het vee te beschermen tegen roofdieren en omdat we controle willen hebben. Een wolf die ‘zomaar’ (werd al een paar jaar verwacht door wolvenkenners) hierheen komt en aanpassingen van ons vergt, past daar niet bij.

We kunnen niet (meer) overleven zonder internet, smartphone, supermarkt en electriciteit. Het leven met en van de natuur zijn we vergeten. Pas als we verdwalen in de wildernis wordt onze kwetsbaarheid duidelijk. De natuur is ‘dus’ iets om bang voor te zijn, want gevaarlijk. En iets dat gevaarlijk is, moet weg.

Is dat erg? Natuurlijk!

Mensen gaan niet naar het bos, omdat daar gevaarlijke dieren zouden zitten. Kinderen weten niet dat melk uit een koe komt. De meeste mensen herkennen planten en bomen niet en weten niet hoe de vogels, insecten en andere dieren heten die ze zien. Nederland heeft niet eens echte natuur, behalve de zee. En de gevaren van de zee worden soms juist onderschat. Allemaal door gebrek aan ervaring en kennis van de natuur.

Er is bij steeds meer mensen het besef dat er iets niet klopt. Het schoolsysteem, werken, anonimiteit, individualisme, materialisme, eenzaamheid, gebrek aan intuïtie en sensiviteit, de verwoesting van de natuur: het voelt niet goed. Mensen zijn zoekend en dat uit zich in de behoefte aan andere woonvormen (tiny houses, boshuisjes, yurts, campers, zelfvoorzienend wonen, meergeneratiehuizen), andere scholen (democratische scholen, buitenscholen), anders werken (duurzaam, eigen baas, eigen werktijden, lokaal, sociocratisch, thuiswerken) en anders leven (natuurlijk, eenvoudig, minimalistisch, sociaal). Initiatieven waarin de worden tegengewerkt door onze zelf opgelegde regels.

Dat wij kunnen denken is soms een nadeel. Onze intuïtie wordt erdoor onderdrukt. We denken het beter te weten dan de natuur, maar richten juist schade aan. We maken onbelangrijke zaken belangrijk, omdat we daar geluk denken te vinden (vakantie, vliegen, spullen, mode). We denken op de korte termijn en inzichten blijken later toch weer niet te kloppen.

Leren zou moeten inhouden: je intuïtie volgen, naar je gevoel luisteren, kennis en ervaring opdoen in onze wereld, je talenten ontwikkelen, doen waar je goed in bent en gelukkig van wordt, sensitief zijn, samen werken, samen delen en samen beslissen met je stam en zonder schade aan de aarde aan te richten. Alleen dan overleven mensen.

Blote voeten kind

Daar gaat ons blote voeten kind,

doet altijd wat hem zelf zint.

Onze kleinste spruit

trekt direct zijn schoenen uit.

O nee, dat is jokken,

hij had ze niet eens aangetrokken.

Blote voeten in het gras,

lopen door een modderplas,

gaan langs de waterkant,

rennen door het zand.

Wondjes, splinters, ongerief,

die neemt hij gewoon voor lief.

Warm, koud of andere waarden?

Laat hem maar lekker aarden!

(Voor S., 5 jaar)

Voorleven

Hier in de buurt zie je de plastic soep in het klein: bouwafval wordt niet opgeruimd, waait van de bouwplaatsen af en verzamelt zich in de sloten. Er zit op dit moment een meerkoet te broeden op een nest omgeven door piepschuim.

De laatste tijd ruim ik regelmatig zwerfafval op. Meestal met de hond en de kinderen erbij. Soms rapen de kinderen ook wat op, maar vaker zijn ze aan het spelen. En dat is prima.

Wel wilde mijn dochtertje (7) ook een keer met de grijper afval opruimen. Ook prima, want vanuit haar eigen intrinsieke motivatie. We hadden zo een hele zak vol en het was een leuk moeder-dochter moment met fijne gesprekjes.

Gisteren hoorde ik mijn zoon (11) tegen een buurtkind zeggen dat hij zijn blikje in de prullenbak moest gooien. En waarom. Hij deed het netjes trouwens.

Nadeel is dat we nu overal ineens afval zien. 😕

Dit is een voorbeeld van voorleven: als ouders geef je het goede voorbeeld, de kinderen nemen het over. Ik denk dat dit één van de belangrijkste peilers is in de opvoeding. Jammer genoeg werkt het voorleven met slechte gewoontes ook. Denk maar aan dit gezegde: zoals de ouden zongen, piepen de jongen. 😉

Voorleven: (voor)lezen, bewegen, natuur, duurzaamheid, opruimen, muziek, kunst en cultuur maar ook gevoelens uiten, gelijkwaardigheid, grenzen aangeven, omgaan met emoties, empathie, zorgen voor en praten met elkaar.

Weer naar school

Ik vind de nieuwsberichten over het heropenen van de scholen erg eenzijdig. Leraren, kinderen en ouders: iedereen is blij.

De risico’s worden gebagatelliseerd, zijn niet wetenschappelijk onderbouwd en de voorwaarden voor het heropenen van de scholen werden steeds soepeler.

Steeds worden de ongelijke omstandigheden van de kinderen genoemd. Onderbelicht blijft dat er tussen de scholen onderling ook grote verschillen zitten in bijvoorbeeld de hoeveelheid werk. Verder hebben veel scholen het werk aan de kinderen aangepast. Door kinderen op papier te laten werken of een tablet aan ze uit te lenen. Of door kwetsbare kinderen wel naar school te laten komen. Het hebben van een eigen kamer of eigen tablet lijkt me geen voorwaarde voor goed thuisonderwijs. Onze kinderen hebben dit ook niet, leren gaat prima aan de keukentafel en de tablet wordt gedeeld.

Tenslotte zijn er ook ouders en kinderen, waaronder wij, die deze schoolloze periode wel fijn vinden. Dit komt (bewust!) niet in beeld.

Internet

Wij leven in een gecompliceerde wereld. Per dag komt er zoveel informatie op ons af als een mens in de oertijd niet in zijn hele leven te verwerken kreeg.

Hoe reguleer je de hoeveelheid informatie die je binnenkrijgt en hoe leer je je kinderen ermee omgaan?

Check maar één keer per dag de mail, social media en het ‘nieuws’. Of volg het nieuws helemaal niet. Onze elfjarige wil bijvoorbeeld niet naar het Jeugdjournaal kijken, omdat de onderwerpen vaak zwaar zijn en hij er niks aan kan veranderen. Daar wordt hij verdrietig van.

Ben selectief in het aansluiten bij de verschillende social media netwerken, kies er één of doe er helemaal niet aan mee. Aan de andere kant moet je niet ‘onder een steen’ gaan liggen. Hou dus een beetje in de gaten wat er allemaal is, zodat je bijvoorbeeld je puber kan blijven volgen.

Vorm je mening over zaken die jij belangrijk vindt door er over na te denken, te lezen en verschillende betrouwbare bronnen (ook alternatieve) te raadplegen. Leer je kinderen waar ze die informatie kunnen vinden en dat er ook nepnieuws en -informatie is. Leer ze hoe ze het onderscheid kunnen maken.

Bespreek belangrijke onderwerpen in je gezin en laat ieder zijn of haar (onderbouwde) mening vormen. Iedereen mag zijn eigen mening hebben, je kraakt de ander niet af, je kwetst niemand. Je gezin is de veilige oefenplek. Zo leer je kinderen kritisch en onafhankelijk denken.

Leer ze hun grenzen aangeven zowel ‘in het echt’ als online.

Maak ze bewust van de invloed van reclame, mode en rages.

Hoop dat de school ook aandacht besteedt aan mediawijsheid. Helaas doen nog niet alle scholen dit, terwijl ik denk dat dit één van de belangrijkste vaardigheden van nu is.

En het belangrijkste: geef zelf het goede voorbeeld.